Bouquet from your own garden

‘Een mens leeft niet van brood alleen.’ Naast groenten, kruiden en fruit voorziet de moestuin van kasteel Hex ook een rijke keuze aan snijbloemen voor tafel en buffet.

Schilderijen van de oude meesters tonen ons de barokke composities die in de achttiende eeuw populair waren. Het waren de buitenplaatsen als Hex die adel of stadse burgerij voorzagen in de aanvoer van vers fruit, groenten en bloemen.  Een rijkelijk boeket met vaak bijzondere of zeldzame planten verleende aan het huis niet enkel het genot, maar stond ook symbool voor de status, culturele vorming en wereldsheid van zijn bewoners.

Doorheen de eeuwen evolueerde de stijl van de boeketten en het aanbod aan snijbloemen werd meer uitgebreid, maar hoewel er nog jaarlijks nieuwe ontdekkingen en variaties verschijnen op de tuinmarkten, is er een zeker canon van mooie en betrouwbare snijbloemen dat nauwelijks veranderd is.

The tulpen Carnaval de Nice of Flaming Springreen lijken met hun rode vlammen, net als   Black Parrot met zijn gekartelde bladranden, zo weggelopen te zijn uit een barok achttiende-eeuws schilderij – en ze staan nog steeds in ons assortiment – maar in het vroege voorjaar kiezen we voor de meer eenvoudige elegantie van de witte tulpen Angel’s Wish, Springreen – met een vleugje groen – en de leliebloemige White Triumphator – allen met lange stelen van 40 cm. Geurige hyacint worden in pot in de serre voorgetrokken en zorgen voor aangename accenten in huis.

In mei bloeien de pioentulpen op de grote parterres voor het kasteel. De zachtroze gevulde Angélique is zonder twijfel de favoriet onder de tulpen – en omdat ze eerder kort van steel is leent ze zich uitstekend voor een gebonden boeket of een tafelarrangement.

Om nog even bij de bolgewassen te blijven: de heerlijk geurende dichtersnarcis Narcissus poeticus recurvus  en Narcissus x odorus plenus bloeien – in tegenstelling tot de gele jonquilles – tot laat in mei. Met de laatste tulpen laten deze narcissen zich in een klein bloemstuk goed combineren met bijvoorbeeld de wilde margriet (Leucanthenum vulgare), vrouwenmantel (Alchemilla mollis) en bloeiend bieslook (Allium schoenoprasum).

Ook de bloeiende heesters en bomen leveren een belangrijk aandeel in de boeketten. Bloeiende takken vind je zowel in de bosquets als in de bosrand; in de borders van de formele tuinen en in de weilanden. Vroeg in het jaar zijn het chinees klokje (Forsithia) en ranonkel (Keria japonica) die met hun vrolijk geel de lente aankondigen. Forsithia wordt al vanaf februari gesneden en in de serre in bloei getrokken worden – hetzelfde doen we met wilgenkatjes (Salix alba Vitellina).

Als de bloesems van de fruitbomen Haspengouw wit kleuren halen we grote takken in huis van  de bloeiende sierkers (Prunus serrulata Amanogawa en Kanzan), meidoorn (Crateagus) en later decoratieve appelsoorten (Malus) in variëteiten van wit, roze en rood.

Vanaf half mei maken zij op hun beurt plaats voor de lange takken met witte pompons van de gelderse roos (Viburnum opulus) of de zoet geurende bloemen van witte sering (Seringa alba). Bij beiden is het aangeraden om meteen bij het knippen de jonge groene scheuten en ook het blad grotendeels van de takken te verwijderen. Ik laat alleen het bovenste paar bladeren staan onder de bloem – net zoals ik dat trouwens doe met de meeste rozen of dahlia’s voor boeketten. Alvorens ze in het water te zetten wordt de onderkant vanaf het snijvlak met de snoeischaar één of twee maal in de lengterichting gespleten – hierdoor zal de tak meer water kunnen opnemen.

Wat wij groene takken noemen zijn bijvoorbeeld de takken van de bontbladige liguster (Ligustrum  tricolor) of hertshooi (Hypericum androsaeum). Deze soorten hebben een wat harder en steviger blad dat zich wél goed weet te houden als de takken verwerkt worden in bloemstukken. Op voorwaarde evenwel dat je geen jonge takken knipt, maar takken met een gerijpte houtige basis; en dat je ze onderaan splijt of op een andere manier kwetst. Liguster heeft, in de meimaand, een erg prettige zoete geur in bloei – en in het najaar decoratieve bessentrossen, maar de takken ervan zijn bijna het jaar rond een goede basismateriaal om te combineren met tulpen, irissen, pioenen, rozen of dahlia’s.

Hertshooi bloeit met botergele bloempjes en opvallende meeldraden. De bessen verkleuren van groen naar geel en okerrood, terwijl erboven steeds nieuwe bloempjes verschijnen. Hertshooi is mooi tot laat in de herfst en vormt op zichzelf een los boeket of zoals hierboven, de basis van een samengesteld bloemstuk.

Alle houtige takken worden minstens 24 uur op voorhand geknipt en op een koele beschaduwde plaats in grote teilen fris water te drinken gezet vooraleer ze tot bloemstukken worden verwerkt.

Bij aanvang van de maand juni maken de Chinese pioenrozen (Peionia lactiflora-hybriden) het mooie weer. In de moestuin staan ze verspreid door elkaar op twee lange rijen: grote witte, roze tot karmijnrode, enkelvoudige, tweekleurige, of  tot pompon gevulde bloemen op stevige rechte stelen. Met hun lengte van makkelijk 40 centimeter maken ze snel een geslaagd romantisch boeket mogelijk voor de grote vazen – en dat zonder dat er veel anders bij moet komen kijken. Maar ook in een kleiner samengesteld bloemstuk komen de pioenen goed tot hun recht – hiervoor kiezen we de witte en zachtroze bloemen in hun gesloten knop.

Dat de tuindagen van kasteel Hex bij uitstek een feest van de roses is, is onder tuinliefhebbers genoegzaam gekend.  De roos is dan ook geheel niet toevallig de koningin van de snijbloemen. Van vroeg in het voorjaar knippen we occasioneel lange bloeiende takken uit de botanische rozen zoals Rosa primula of Rosa banksiae alba plena – of uit de vroegbloeiende Kordes-roos Frühlings Gold. En de eerste bloemen van de lekker ruikende bottelroos (Rosa rugosa-hybriden) verwerken we al in de vroegste tafelstukken.

De hybriden van de Chinese theeroos met hun vele kleurnuances,  hun kenmerkende geur van citrus-vruchten en hun beschikbaarheid het ganse jaar zijn erg gewild als snijbloem. Zij hebben lange rechte stelen en houden uitstekend op de vaas; en het feit dat ze blijven bloeien tot de vorst maakt dat ze een vaste plaats hebben verworven in ons areaal.

De familie van de Engelse rozen werd in de vorige eeuw door David Austin ontwikkeld. Deze rozen combineren de beste eigenschappen van de hybride-theerozen met het luxueuze uitzicht en de verscheiden aroma’s van de oude struikrozen: ze zijn doorbloeiend en tegelijk adembenemend mooi.

In de loop van de maanden mei en juni openen zich de rozen van onze favoriete historische rozelaars: galicarozen,  alba’s,  bourbonrozen, centifolia- en damascener-mosrozen in veel kruisingen en variëteiten: een festijn voor het oog en voor de reukzin – zowel in huis als in de tuin. De galica’s en damascener-mosrozen zijn op een romantische manier ongedwongen en flodderig, terwijl de alba’s eerder verfijnd zijn en de centifolia-mosrozen zwaarder, barokker en meer geparfumeerd  zijn – vaak komvormig, gevuld, half gesloten als een kool. Het zijn deze cabbage roses die we terugvinden in de schilderijen van de oude Vlaamse en Hollandse meesters.

Het opbouwen van een bloemenboeket in klassieke stijl , als buffet- of vrijstaand stuk in hall of salon, begint meestal met een decor van groene takken en bladeren op een structuur van metaal en oase. Takken en bloemen hebben een nacht in het water gestaan en worden op lengte gesneden – holle stengels worden versterkt met een stokje.

Ridderspoor (Delphinium-hybriden), lupine and vingerhoedskruid (Digitalis) zorgen voor hoogte en verticaliteit. Doorbuigende takken met kleine roosjes brengen beweging in het beeld. Behalve de rozen zijn ook tulpen, pioenrozen en lelies opvallende blikvangers van een klassiek boeket en met toevoeging van trosanjer (Dianthus barbatus) en zinnia (Zinnia elegans) roept men de luxueuze sfeer van het achttiende-eeuws boeket weer op.

Van in het begin van hun bestaan hebben de tuin- en bloemsierkunst op Hex  onder invloed gestaan van een belangrijke onderstroom in het Engelse kunstleven: het verlangen naar natuurlijkheid. De natuurlijke stijl sloot goed aan met de Arcadisch droom van de eerste bewoners van het kasteel. Het is dus niet verwonderlijk dat ook in de plantenkeuze op Hex de sporen terug te vinden zijn van de Arts and Crafts-beweging die in de eerste decennia van de twintigste eeuw in Groot-Britanië furore maakte en de cottage stijl die zich daaruit ontwikkelde. De typische cottage garden herbergt fruit, struiken, groenten en bloemen in een spontane mix, en tuin en natuur rondom het huis weerspiegelen zich in de boeketten binnenskamers. Bloemarrangement van de Arts and Crafts-stijl bieden niet het kunstige beeld van een achttiende-eeuws boeket met zijn veelheid in kleur en vorm, maar blinkt uit in puurheid met zachte variaties en een eenvoudige zeggingskracht.

Voor een formeel diner worden oude en Engelse rozen gecombineerd met robuuste maar elegante vaste planten uit de mixed borders: grote margriet (Leucanthenum), duizendblad (Achillea), valeriaan (Centrantus ruber), duivenkruid (Scabiosa), sierui (Allium), iris and aster; maar ook de reeds hoger genoemde pioenroos, vingerhoedskruid en ridderspoor – allen in hun meest natuurlijke verschijning.

De bloemen worden bij voorkeur de avond voordien of ’s ochtends vroeg geplukt en staan vervolgens minstens acht uur in grote emmers fris en proper water vooraleer ze verwerkt worden.

Bij de tafeldecoraties verschijnen in het gezelschap van de rozen onvermijdelijk het overal aanwezige vrouwenmantel (Alchemilla mollis) met zijn pluizige wolkjes van warm geel en het lavendelblauwe kattenkruid (Nepeta faassenii) –  vaak nog vergezeld van de zacht groen-bonte bladplant pelargonium Charity en  de rechte, diepblauwe aren van salvia farinacea Victoria.  Deze laatsten worden met zorg opgekweekt in de verwarmde kas en brengen de zomer door op de parterres naast de zuidgevel van het kasteel.
Zeer naturel is het gebruik van de limoengroene kamille (Matricaria), opnieuw een overblijfsel van de bloemsierkunst van de Arts and Crafts-beweging, die met zijn verspreide simpele witte bloempjes met vrolijk geel hart zorgt voor samenhang in een boeket. De plant is éénjarig maar heeft zich sinds generaties  spontaan verspreid over de tuin.

Kleine juweeltjes als akelei (Aquilegia) – waarvan elk exemplaar uniek lijkt – het zeeuws knoopje (Astrantia major) of de éénjarige wolfsmelk (Euphorbia marginata) geven aan het arrangement de nodige luxe en verfijning.

Wanneer de zomermaanden aanbreken wordt de stijl van onze boeketten vrijer. Voor een los boeket in de vaas knippen we in de moestuin een bos van hoge éénjarigen: een mengsel van witte en roze cosmea (Cosmos bipinnatus ) – waarvan we de witte psyche het mooist vinden – gecombineerd met het fijne kantwerk van de schermbloem ammi majus of de de bloeiwijze van de knolvenkel.

Een goede nieuwkomer voor in de hoge vaas is de bloeiende heester vitex angus – die met zijn vertakte witte bloemaren toelaat snel een volumineus, maar licht ogend boeket te knippen.

Kleine gemengde zomerboeketten uit de moestuin worden tijdens het plukken samengesteld: rozen of de eerste dahlia’s met zinnia’s, de purperrode amaranten, verbena bonariensis, een beetje salie of kamille zijn snel bij elkaar gezocht. Het boeket wordt als een echte biedermeier bolvormig geschikt in de hand, ingepakt in enkele hostabladeren en met raffia gebonden.

Een ruiker geurende pronkerwt (Lathyrus) aan de toiletspiegel behoort tot één van de kleine leuke tradities van het huis. Jaarlijks zaaien we hiervoor een mengsel van eigen oogst in de kleuren  wit, roze en violet.

Terwijl de aankomende nazomer de kleuren van de natuur verandert zet de rustieke stijl zich voort in de grote, losse boeketten van zonnebloemen (Helianthus annuus mix). Zonnebloem zaaien we ter plaatse in de moestuin – een mengsel van eerder kleine en vertakte soorten – bij voorkeur pas na 1 juni, met die reden om er in het najaar nog lang van te kunnen knippen. Een boeket zonnenbloemen in de vaas vergezeld van cosmos sulphureus en tagetes Linnaeus  – van vurig geel tot alle tinten warm oranje – vat het allerbest de sfeer van de potager in de oogstmaanden.

Vanaf begin september brengt het toenemend aantal dahlia’s uit de moestuin langzaam verandering in de bloemboeketten. Voor de formele arrangementen  van de feesten in september zijn de kleurrijke dahlia’s wat de rozen zijn voor die in juni.

Dahlia’s zijn er in heel veel vormen en verschillende kleuren meerkleurig. Er zijn de pompons, die we zelden gebruiken, en enkelbloemige op ranke stelen met een erg natuurlijk uitzicht. De meest gebruikte snijbloemen zijn de meer barokke soorten met geschelpt (décoratief) of gepunt blad (cactus): de bordeaux-rode Chat Noir, perzik-kleurige Eveline, oranje Gwyneth of witte Polar Ice.

Zij lenen zich uitstekend voor kleine boeketten, maar het is mogelijk, zij het met een beetje opoffering, om bloemen op lange stelen tot 50 cm te knippen.
Dahlia’s zijn de blikvangers in formele arrangementen, gecombineerd met zinnia, amarant, salvia Victoria, verbena bonariensis, de ondertussen hoog opgeschoten pelargonium Charity, de grashalmen van pennisetum setaceum Fireworks of de pijlvormige bloeiwijze van persicaria orientale Kiss-me-over-the-garden-fence.

Stilaan verschijnen ook de eerste boeketten met asters, wit of hemelsblauw, en ook sedum Herbstfreude vindt zijn weg naar het bloemstuk. Eénjarigen en dahlia’s blijven we snijden tot de eerste nachtvorst intreedt. Wij keren ook nog terug naar de takken van hertshooi en liguster die nu besjes dragen en eindigen ten slotte het seizoen daar waar we begonnen zijn:  de takken met sierappeltjes waarvan we in het voorjaar de bloesem bewonderd hebben en de gracieus doorhangende takken van grote struikrozen, beladen met rozenbottels en een enkele laatste roos.

Tekst: Gust Duchamps, tuinbaas.
Dit artikel verscheen eerder in Fence Tuinmagazine.

 

Give your opinion

© 2024 Kasteel Hex - Alle rechten voorbehouden

COVID 19