Moestuinwerk

De planning in de moestuin, van nazomer tot winterrust. Elk seizoen heeft zijn eigen charme, maar voor ons spant de nazomer in de moestuin wel echt de kroon.  De tuin is eivol gevuld met lekkers: zoveel te oogsten, in te maken en op te bergen voor de winter.  De kleuren zijn vol, rijp en warm en het zal je niet verbazen dat deze aanblik van natuurlijke pracht en rijkdom de hoveniers met een enorme voldoening vervult.

AUGUSTUS

De start van augustus is als een tweede voorjaar in de moestuin. Er wordt gezaaid en geplant dat het een lieve lust is – zo verzekeren we ons ook in de komende wintermaanden van onze dagelijkse portie verse groente.

De grote platte bakken in de vijgenhof worden bijna helemaal hernieuwd. Hier worden – met de regel – slakruiden op korte rijtjes gezaaid: rucola, bladmosterd, hertshoornweegbree, andijvie (Altijd Witte), tuinkers, koriander, dille en radijs; als ook een flink aandeel kervel en winterpostelein.
We zaaien ook – om nog over enkele weken te verspenen – koolsoorten:  de laatste herfstbloemkool, Chinese kool en paksoi;  en winterbloemkool voor een oogst in het vroege voorjaar.
En daarnaast rijtjes kropsla, ijsberg, suikerbrood, platbladige andijvie (die hier steevast skarol wordt genoemd) en de Italiaanse overwinterende andijvie-soorten met ronkende namen als Cabello di Angel, Rosso di Verona of  Variegata di Chioggia.

In de moestuin worden de percelen van ui, sjalot en vroege aardappel gerooid om tegen half augustus plaats te maken voor rijen veldsla (de Cambrai). zandraapjes, rammenas en spinazie (Winterreuzen)  – en voor een laatste keer prinsesboontje. Savooi en spruitkool zijn in het beste geval reeds voor het einde van juli geplant.

De tweede helft van de maand wordt de laatste winterprei gezet. De buitentomaten worden getopt en van hun bladeren ontdaan. De rijen aardbei die behouden blijven worden gedund en met de machine afgemaaid. De oudste rijen worden gerooid – en we verzamelen de jonge afleggers om een nieuwe rij aardbei mee aan te leggen.

12036631_708204212646341_1529936586400035635_n[1]SEPTEMBER
September begint met de oogst van peren en appels in de hoogstamboomgaarden. Terwijl wordt in de moestuin witte kool (Filderkraut) geoogst voor de bereiding van zuurkool, tomaten di Napoli voor de passata, basilicum voor pesto, en herfstframbozen, vijgen en abrikozen voor confituur of weckpot.

De bladgroenten voor het najaar – de kropsla, suikerbrood, andijvie en chicorei – staan in de platte bakken klaar om verplant te worden. Zij worden in de bak of in volle grond verspeend – maar hebben enige beschutting nodig bij nachtvorst.

Hou er rekening mee dat half oktober de groei bijna helemaal stil valt –  het aantal lichturen gaat onder de tien uur per dag – en pas in maart van het volgend jaar hervat het groeiproces in de planten zich. Hetgeen je ’s winters of in het vroege voorjaar wil oogsten zal dus in het ideale geval volgroeid de maand oktober ingaan.

 Dit geldt in het bijzonder voor de overwinterende bloem- spruitkolen en savooikool. Zeker een aanrader is de nog voor velen ongekende winterbroccoli ( brocolli à jettes ) – mits enige bescherming levert die in maart reeds een overvloed aan kleine smakelijke knopjes op lange stelen.

Tip voor beginners: vergis je niet in de keuze van de savooikool. De blonde of lichtgroene rassen zijn voor zomerteelt en bevriezen bij de eerste kou. Kies voor een gesloten krop met een blauwig-groene kleur – hetgeen wijst op wintervastheid.

Half september wordt reeds een derde van het witloof gerooid en ingetafeld in één van de platte bakken voor een eerste oogst in december. Het is nuttig om het witloof in delen te rooien. Gespreid rooien geeft een gespreide oogst.

MOLSLA
Ook de molsla, die van allen het dichtst bij de wilde paardenbloem staat, kan op die manier behandeld – maar rechtstreeks in de bak gezaaid in juni, in september afgesneden en dan de bak verduisterd met platen, levert de beste oogst voor de komende maanden.

Eind van de maand wordt de bleekselder dichtgebonden en aangeaard en afhankelijk van de soort wordt ook andijvie gebleekt onder potten. Kardoen, kampioen onder de bleekgroenten, laten we nog een goeie maand doorgroeien in volle grond en komt in oktober terug ter sprake.

WITLOOF
Het eerste witloof wordt vanaf september gerooid. Met een spitvork worden de wortels bovengehaald en op lange rijen gelegd. Dan wordt het loof afgesneden, op één tot twee centimeter boven de wortel. Hierbij is het belangrijk dat het groeipunt intact blijft. Voor het gemak van het werken worden de witloofwortels ook onderaan bijgesneden tot ze ongeveer allemaal van dezelfde lengte zijn. Aangetaste delen worden ook weggesneden.

Het inkuilen van de wortels vraagt enige voorbereiding. Thuis kan je ervoor kiezen om de wortels in een emmer of in een bak met scherp zand in een donkere kelder te zetten, maar gezien de hoeveelheid waarmee we in Hex werken leggen wij onze wortels in de platte bakken van de kweektuin. Daartoe wordt eerst de aanwezige grond uit de bakken geschept tot op ongeveer veertig centimeter diepte. Tegen de rand van deze kuil worden de wortels netjes naast elkaar op een rijtje gezet. Tegen de rij worden telkens een schep zand gegooid voordat aan een volgende rij wordt begonnen.

Ingetafelde witloof is gevoelig voor slijmrot. Daarom begieten we na afloop het geheel een weinig met een oplossing van paardenstaart-extract (Equisetum) en strooien we zeewierkalk over de afgesneden kruinen van het witloof, waarna de ganse stapel verdwijnt onder een laag van ruim tien centimeter droge losse grond. Moest je werk onderbroken worden door een regenbui, is het je aangeraden om de grond die je uit de kuil hebt geschept (en die je dus als dekgrond gaat gebruiken) droog te houden door hem af te dekken met een zeil.

Witloof kan bevriezen, dus leggen we boven op de dekaarde nog een flinke laag los stro. Ook de volledige omtrek van de kuil wordt met botten stro afgezet en over dit ganse bouwsel komen golfplaten om alles droog te houden.

Het duurt gemiddeld dertien weken voordat het eerste witloof kan geoogst worden. Van één partij kan vaak verscheidene maanden geoogst worden, maar om extra vroeg en, zo het lukt, ook nog tot volgend jaar Pasen witloof te oogsten, is het dus raadzaam om in minstens twee verschillende partijen te werken.

OKTOBER
Met de maand oktober loert de winter al om het hoekje. Oktober staat helemaal in het teken van de oogst. Vóór het feest van Allerheiligen (1 november) willen we al onze bewaargroenten veilig in de kelders hebben liggen.

Ten eerste plukken we alle tomaten – ook de groene – en laten die in platte kistjes binnen afrijpen. Zon of licht hebben ze hiervoor niet nodig – enkel de warmte is voldoende om de laatste vruchten rood te laten kleuren.

De pompoenen worden niet geoogst tot de stelen van de vruchten tekenen van afrijping vertonen: de stelen kleuren, krimpen en ‘verkurken’. Maar loop echter niet het risico dat een onvoorziene nachtvorst over je pompoenen gaat, want éénmaal de schil bevroren is zijn ze niet meer te bewaren.

Zolang het weer het ons toelaat gaan we in gestaag tempo verder met het binnenhalen van de oogst: aardappel, wortel, pastinaak, biet, raap,  rammenas, schorseneer,  peterseliewortel, knolkervel, knolselder en sluitkool worden zonder dralen verhuisd naar de groentekelder om daar in bakken met scherp zand worden ingekuild, uitgeplant of opgehangen.

De prei blijft in de tuin achter, maar om hem ook in tijden van aanhoudende vorst te kunnen rooien, wordt de aarde tussen de rijen met een laag herfstblad afgedekt.

De staakbonen worden alvast uit de grond getrokken om sneller te drogen en de struikjes van de kleine droogboon ‘flageollet’ worden met een touwtje samengebonden en in het gezelschap van uien en sjalotten onder de dakrand van het schuurtje te drogen gehangen.

Naargelang het weer zal evolueren worden de platte bakken halfweg of eind oktober afgedekt met glas – en in een later stadium met rieten matten om de kou te weren. Zo zijn we een ganse winter verzekerd van dagelijks vers groen en kleine verse lekkernijen.

KARDOEN
Tot slot worden de grote planten van kardoen klaargemaakt voor het vervoer naar de kelder. De onderste bladeren verwijderd en de overige in een stevig bundel samengebonden wordt de plant met kluit en al uitgegraven om in de verste kelder in alle donkerte weer geplant te worden. De eerste kardoen – de gebleekte bladstelen worden gegeten – wordt geoogst tegen Kerstmis.

GROENTEKELDER
In vroegere tijden bezat ieder kasteel en iedere abdij een groentekelder. Het is als het ware de ‘frigo’ van pre-industriële tijden en we zien de laatste jaren een stijgende belangstelling voor het concept – en ook moderne toepassingen.

De gewelfde groentekelder van Hex is waarschijnlijk de laatste van zijn soort die nog altijd in gebruik is. In het najaar verhuist de oogst traditiegetrouw van de moestuin naar de kelder voor bewaring. Sommige groenten worden met wortelkluit ingegraven terwijl anderen in scherp zand worden gestapeld of opgehangen aan de gewelven.
Terwijl het buiten wintert blijven in de bewaarkelder de groenten vers en ter beschikking van de keuken tot in het late voorjaar.

De ideale voorwaarden voor een bewaarkelder zijn: gevrijwaard van licht en vrij van vorst; een stabiel milieu zonder grote temperatuurschommelingen (vanaf één meter onder de grond is het gedurende het ganse jaar tussen 10 en 14 graden ) en een vrij hoge luchtvochtigheidsgraad – met toch de mogelijkheid om af en toe goed te luchten.
Een groente-bewaarkelder heeft liever geen betonnen, maar een aarden vloer – net als een goede wijnkelder.

NOVEMBER
In de maand november starten we met de moestuin winterklaar te leggen. Naargelang de percelen vrij komen worden ze afgedekt met de laag van herfstbladeren die op de paden en gazons verzameld worden. Het afdekken van de blote aarde beschermt het bodemleven tegen de koude en voorkomt dat de aarde wordt dichtgeslagen door de regen. Het voorziet de wormen van voldoende voedsel en maakt dat je in het voorjaar, als je de bedden weer vrijmaakt, zonder onkruid wieden weer aan de slag kan.

Steunstokken, palen en bonenstaken worden verzameld en opgeborgen; en terwijl we zo de moestuin ontmantelen noteren we nogmaals op een plan welke teelten op elk perceel stonden.

DECEMBER
Hierna gaat de moestuin voor het grootste deel in rust tot maart van het volgend jaar. We betreden enkel nog de overblijvende winterpercelen waar we wekelijks nog veldsla, spinazie, prei en de overgebleven andijvie oogsten.

Savooi en spruitkolen beginnen we pas te oogsten vanaf het eerst goed gevroren heeft. Vanaf de temperatuur onder het vriespunt zakt worden in de kolen immers het aanwezige zetmeel omgezet in suikers – wat ze opmerkelijk smakelijker maakt. Wortel- en knolgewassen halen we uit de bewaarkelder en verse slakruiden, molsla en witloof vinden we de ganse winter in de platte bakken.

Geschreven door Gust Duchamps,
Kasteel Hex, 12 augustus 2017

<TERUG NAAR WELKOM>